Zeeën en oceanen zullen een belangrijke rol spelen in de voedselvoorziening van de toekomst. In theorie kan de zee tot 6 keer meer voeding produceren dan vandaag het geval is. De wilde visvangst heeft al enkele jaren zijn limieten bereikt. Daarom wordt steeds meer naar aquacultuur gekeken om aan de groeiende vraag tegemoet te komen.

Aquacultuur heeft heel wat potentieel, maar is niet de heilige graal. Zo kampt de sector nog met heel wat milieugerelateerde uitdagingen. Bij het kweken van vis op zee zijn er bijvorbeeld nog heel wat problemen op het vlak van vervuiling en ziektes. Hierdoor zien we reeds een verschuiving van de productie naar onshore omgevingen of gaat men verder offshore.

Technologische innovatie zal noodzakelijk zijn om mariene aquacultuur duurzaam te ontwikkelen. Om de sector te laten groeien, moeten we weten welke type en schaal van infrastructuur nodig is, wat op zijn beurt afhangt van onder andere de marktvraag, geografische trends, wetgeving en beleid. Al die elementen zijn erg moeilijk te voorspellen.

In het recente rapport 'Marine Aquaculture Forecast' maakt DNV, een geaccrediteerd registratie- en classificatiebureau met hoofdkantoor in Noorwegen, een inschatting van de vraag naar zeevoeding in 2050 en staat men stil bij de manier waarop we hieraan tegemoet zullen komen. De voornaamste bevindingen van dit document vatten we hieronder samen.  

Marktvraag

In 2018 was de mariene aquacultuur (weekdieren, schaaldieren en vissen) goed voor 30 miljoen ton zeevoeding per jaar. DNV voorspelt dat dit verder zal toenemen tot 74 miljoen ton en hiermee de volumes van visvangst zal evenaren. Wilde visvangst zal nog steeds 65% van de totale voedselvoorziening uit zeeën inhouden, maar het aandeel gekweekte dieren zal toenemen van 20% naar 35%.

De grootste groei wordt verwacht in de kweek van vinvissen (van 7 naar 21 Mt per jaar) en in schaaldieren (van 5 naar 19 Mt per jaar). Wat weekdieren betreft verwacht men dat de productie een plafond van 34 MT per jaar zal bereiken in 2040.

Daarbovenop voorspelt DNV een geleidelijke groei in de productie van zeewier, die in dezelfde periode zal toenemen van 30 naar 50 miljoen ton per jaar. Zeewier zal vooral inspelen op de stijgende vraag naar non-food producten (van 4% naar 20%).

Kweeksystemen

Mariene aquacultuur zal zich in de toekomst meer richten op de productie van hoogwaardige soorten (zoals zalm), en minder op de productie van nieuwe soorten. Dit heeft te maken met een verschuiving naar meer technologisch geavanceerde systemen die gebruik maken van digitalisatie, genomica, automatisatie, etc.

Daarnaast stelt DNV vast dat de kweek in baaien zal opschuiven naar meer offshore of onshore kweek. Offshore is er onder andere meer ruimte, schoner water en minder ziektedruk, maar er is ook nood aan meer complexe productiesystemen die bestand zijn tegen de ruige omstandigheden op zee.

Standaardisatie van systemen en wetgeving zal een belangrijke rol spelen om de investeringskosten omlaag te krijgen. Onshore kweek heeft het voordeel om de afstand tot de consument te verkleinen, maar is wel afhankelijk van goedkope energie.

Kostenplaatje

Volgens de studie van DNV zal men tegen 2050 in de EU jaarlijks ongeveer 2,5 miljard USD in aquacultuur investeren, waarvan 25% in offshore aquacultuur. Onshore en offshore productie van mariene soorten is nog steeds veel duurder dan wilde vangst. Daarom moet het kostenplaatje omlaag door in te zetten op hoogwaardige organismen en de productiecapaciteit te vergroten.

Daarnaast kunnen kosten voor transport en voeders verder omlaag. Om aan de vraag te voldoen, zal 60 Mton voeder nodig zijn tegen 2050. Omdat het voeder voor 90% de voetafdruk van aquacultuur bepaalt, zal een sterke competitie ontstaan voor nieuwe, duurzame ingrediënten. Schaalbaarheid van deze ingrediënten en optimalisatie van voedersystemen zijn daarbij essentieel.

Ruimte

China en Zuid-Oost Azie zullen de koplopers in mariene aquacultuur blijven, met 80% van de totale productie. Latijns-Amerika kent een sterke stijging (verviervoudiging van productie), terwijl de productie in Europa slechts zal verdubbelen.

Om in de toekomstige behoeften te voorzien, moet de oppervlakte voor mariene aquacultuur verdrievoudigen tegen 2050. In Europa komt dit neer op ongeveer 1700 km² voor offshore aquacultuur. Wat ruimtegebruik betreft, zijn weekdieren en schaaldieren minder efficiënt, met een opbrengst van resp. 500 en 400 ton/km² tegenover 850 ton voor vissen.

Multitrofe aquacultuur (IMTA) is een eerste stap in efficiënter gebruik van ruimte. De volgende stap is integratie in offshore windparken en multi-use platformen. De impact op biodiversiteit blijft hierbij een heel belangrijk aandachtspunt.

Klimaat

De klimaatverandering zal een aanzienlijke impact hebben op opbrengsten van mariene aquacultuur. Doordat mariene organismen gevoelig zijn aan verzuring en opwarming, zullen ze meer stress ondervinden, wat tragere groei, meer sterfte en lagere opbrengsten met zich meebrengt.

De impact zal afhangen van de robuustheid van de organismen. Mechanismen zoals selectief kweken, functionele voeders en genomica  kunnen organismen robuuster maken. Daarnaast zal digitalisatie een belangrijke rol spelen, waarbij sensoren en slimme meetsystemen ingezet kunnen worden om ziektes te detecteren en groei te controleren.

Duurzaamheid

De weg naar verduurzaming van mariene aquacultuur is complex. Niet alleen technologie en innovatie zullen een cruciale rol spelen, maar ook samenwerking tussen stakeholders en de industrie is onontbeerlijk. Duurzame productie is afhankelijk van transparantie en traceerbaarheid in de gehele waardeketen, inclusief het voeder, om negatieve ecologische en sociale gevolgen te voorkomen.

Beleidsinstrumenten zullen een belangrijke rol spelen om transparantie, duurzaamheid en traceerbaarheid van aquacultuur aan te moedigen. Dit is echter niet evident omwille van de grote diversiteit in aquacultuursystemen. Daarom is er nood aan robuuste kaders die wetenschappelijk onderbouwd zijn.

Ook lid worden?

De Blauwe Cluster werd erkend door de Vlaamse overheid als zesde Vlaamse speerpuntcluster. Om optimaal van de unieke diensten van de cluster gebruik te maken en voor de verdere uitbouw van uw netwerk is lid worden een troef.